Statuten

Opgesteld door Kreijn & Hetterscheidt Notarissen op 30 juni 1998
 
Artikel 1, Naam, zetel en rechtsbevoegdheid
1. De vereniging is genaamd:  BSV Limburgia, hierna te noemen “de vereniging” .
Zij heeft haar zetel in de gemeente Brunssum.
2. De vereniging bezit volledige rechtsbevoegdheid. 
 
Artikel 2, duur
1. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.
2. Het boekjaar, tevens verenigingsjaar, loopt van een juli  t/m dertig juni.
 
Artikel 3, doel
1. De vereniging heeft ten doel het doen beoefenen en het bevorderen van de voetbalsport in al zijn verschijningsvormen, met uitzondering van de beroepsvoetbalsport.
2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:
a. het lidmaatschap van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (K.N.V.B.) ;
b. het lidmaatschap van de Nederlandse Katholieke Sportfederatie (N.K.S.) ;
c. deel te nemen aan de door de K.N.V.B. georganiseerde of goedgekeurde wedstrijden en evenementen ;
d. zelf evenementen op het gebied van de voetbalsport te organiseren ;
e. de benodigde accommodatie tot stand te brengen.
3. De vereniging mag geen winst onder haar leden verdelen.
 
Artikel 4, lidmaatschap
1. a. Leden zijn die natuurlijke personen, die door het bestuur als lid zijn toegelaten
b. Alleen diegenen die voor de duur van hun lidmaatschap ook lid zijn van de KNVB kunnen lid zijn
    van de vereniging.
2. a. Tot het lidmaatschap vaan de vereniging kunnen niet worden toegelaten degenen, die niet tot het lidmaatschap van de KNVB worden toegelaten, of van wie de KNVB het lidmaatschap heeft beëindigd
b. De vereniging verplicht zich voor al haar leden, alsmede voor al degenen die in de vereniging een functie – welke dan ook – bekleden het lidmaatschap van de KNVB aan te vragen
c. Het bestuur draagt er zorg voor dat degenen die als lid tot de vereniging wensen te worden toegelaten, worden aangemeld bij de KNVB.
3. Ingeval van niet-toelating door het bestuur kan op verzoek van de betrokkene de eerstvolgende algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten, zulks met inachtneming van het in lid 2 bepaalde.
4. Het bestuur kan het predikaat erelid verlenen aan een lid wegens langdurige en bijzondere verdiensten voor de vereniging.
Het bestuur houdt een register bij waarin de namen, adressen en geboortedata van de leden zijn opgenomen, een en ander op een door de KNVB aan te geven wijze. 
 
Artikel 5, verplichtingen
1. De leden zijn verplicht zich jegens elkaar en jegens de vereniging te gedragen  naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.
2. De leden zijn verplicht de statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van het bestuur, van de algemene vergadering of van een ander orgaan van de vereniging, na te leven.
3. De leden zijn verplicht de statuten en reglementen van de KNVB, de besluiten van een orgaan van de KNVB, alsmede de van toepassing verklaarde wedstrijdbepalingen na te leven.
4. De leden zijn verplicht de belangen van de vereniging, de KNVB, de NKS en van de voetbalsport in het algemeen, niet te schaden.
5. De leden dienen alle overige verplichtingen, welke de vereniging of de KNVB in naam van haar leden aangaat, of welke uit het lidmaatschap van de vereniging of de KNVB voortvloeien, te aanvaarden en na te komen.
6. Behalve de in deze statuten vermelde verplichtingen kunnen door de vereniging slechts verplichtingen aan de leden worden opgelegd na voorafgaande toestemming van de algemene vergadering
 
Artikel 6, straffen
1. a. In het algemeen zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten, dat in strijd is met de wet, danwel met de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de vereniging, of waardoor de belangen van de vereniging worden geschaad.
b. Tevens zal strafbaar zijn zodanig handelen of nalaten dat in strijd is met de  wedstrijdbepalingen, alsmede met de statuten, reglementen en/of besluiten van organen van de KNVB of waardoor de belangen van de KNVB, de NKS danwel van de voetbalsport worden geschaad.  
2. Het bestuur is bevoegd om, ingeval van overtredingen als bedoeld in het eerste lid, de volgende straffen op te leggen:
a. berisping ;
b. schorsing ;
c. royement (ontzetting uit het lidmaatschap ;
d. uitsluiting van deelneming aan wedstrijden, het zij voor bepaalde duur, hetzij voor een in de straf bepaald aantal wedstrijden ;
e. ontzegging van het recht om een of meer in de straf genoemde functies voor een in de straf genoemde termijn uit te oefenen.
3. Een schorsing kan ten hoogste voor de duur van drie jaar worden opgelegd. Gedurende de periode dat een lid geschorst is, kunnen de aan het lidmaatschap verbonden rechten niet worden uitgeoefend, met uitzondering van het recht om in beroep te gaan.
4. Royement kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
5. Nadat het bestuur tot royement heeft besloten, wordt het lid zo spoedig mogelijk schriftelijk met opgave van reden(en) van het besluit in kennis gesteld.
6. Het bestuur is bevoegd om, in geval van overtredingen als bedoeld in het tweede lid, sub d en e, in overleg met betrokkenen, een vervangende straf op te leggen.
7. Van een door de vereniging genomen besluit tot opgelegde straf staat betrokkene binnen een maand na het bekend worden van de straf beroep open bij de algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
8. Het  besluit van de algemene vergadering tot opheffing van een in het voorgaande lid bedoeld besluit geschiedt met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
 
Artikel 7, einde lidmaatschap
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood  van het lid ;
b. door opzegging van het lid ;
c. door opzegging namens de vereniging ;
d. door royement, als bedoeld in artikel 6, lid 4.
2. Opzegging namens de vereniging en  royement geschiedt door het bestuur.
3. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen:
a. in de gevallen in de statuten genoemd ;
b. wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die de statuten voor het lidmaatschap stellen ;
c. wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren.
4. Opzegging door het lid kan slechts geschieden tegen heet einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van een opzegtermijn van een maand. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
5. Opzegging door het lid in strijd met het voorgaande lid doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip, volgende op de datum waartegen was opgezegd.
6. Opzegging door het lid met onmiddellijke ingang kan voorts:
a. binnen een maand nadat een besluit, waarbij zijn rechten zijn beperkt of verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld, in welk geval het besluit alsdan niet op hem van toepassing is.
   Deze bevoegdheid tot opzegging komt het lid niet toe wanneer rechten en verplichtingen worden gewijzigd, die in de statuten nauwkeurig zijn omschreven ;
b. binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie.
7. Behoudens in geval van overlijden wordt enig gewezen lid, dat heeft opgezegd, geacht nog lid te zijn tot ten hoogste het eind van het boekjaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen ten opzichte van de vereniging, of zolang enige andere gelegenheid waarbij hij betrokken is niet is afgewikkeld, de tenuitvoering van een opgelegde straf daarin begrepen. Gedurende deze periode kan de betrokkene geen recht uitoefenen, met uitzondering van het recht om binnen de gestelde termijn in beroep te gaan.
8. Indien een lid door de KNVB is geroyeerd, is het bestuur, na het onherroepelijk worden van dit royement, verplicht het lidmaatschap van het betreffende lid met onmiddellijke ingang op te zeggen.
 
Artikel 8, donateurs
1. De vereniging kent naast leden ook donateurs.
2. Donateurs zijn die natuurlijke rechtspersonen die door het bestuur zijn toegelaten en die zicht jegens de vereniging verplichten om jaarlijks een door het bestuur vastgestelde bijdrage te storten.
3. Donateurs hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten en/of reglementen zijn toegekend of opgelegd.
4. De rechten of verplichtingen van donateurs kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage voor het lopende boekjaar voor het geheel verschuldigd blijft.
5. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur. 
 
Artikel 9, bestuur
1. Het bestuur bestaat uit tenminste drie meerderjarige personen, te weten tenminste een voorzitter, een secretaris  en een penningmeester, die door de algemene vergadering uit de leden in functie worden benoemd. Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door de algemene vergadering.
2. Bestuursleden worden kandidaat gesteld door het bestuur of door tenminste tien leden.
3. Aan een kandidaatstelling kan het bindende karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering.
4. Ieder bestuurslid wordt benoemd voor de periode van drie jaar en treedt af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Aftredende bestuursleden zijn terstond hernoembaar. Wie in een tussentijdse vacature is  benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
5. Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de door hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuursleden behoort, is ieder van hen geheel aansprakelijk terzaken een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
6. De algemene vergadering kan een bestuurslid schorsen of ontslaan indien zij daartoe termen aanwezig acht. Voor een besluit daartoe zijn tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen vereist. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
7. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a. door het eindigen van het lidmaatschap;
b. door bedanken als bestuurslid.
 
Artikel 10, besluitvorming van het bestuur
1. Het in de vergadering van bestuur en in een  algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
2. Wordt niet onmiddellijk na het uitspreken van de voorzitter de juistheid van dat oordeel betwist, dan wordt het te nemen besluit schriftelijk vastgesteld en vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3. Van het verhandelde in een vergadering van het bestuur worden door de secretaris of een door het bestuur aangewezen persoon notulen gemaakt die op de eerstvolgende vergadering dienen te worden goedgekeurd.
De notulen van een algemene vergadering en jaarvergadering worden ter kennis van de leden gebracht en dienen door de eerstvolgende algemene vergadering te worden goedgekeurd.
 
Artikel 11, vertegenwoordiging
1. Behoudens beperkingen volgens de wet en de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of open plaatsen aan de orde komt.
3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taken te doen uitvoeren door commissies of werkgroepen.
4. Het bestuur is, na voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bewaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
5. Het bestuur behoeft eveneens voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot:
I.
onverminderd het bepaalde onder II, het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen die een bedrag of waarde van twintig duizend gulden te boven gaan ;

II.
a. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging bankkrediet worden verleend;
b. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruik maken van een aan de vereniging verleend bankkrediet;
c. het aangaan van dadingen ;
d. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en het nemen van die rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen lijden.
6. Onverminderd het in de laatste  volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd:
a. het zij door het bestuur ;
b. hetzij door de voorzitter tezamen met de secretaris of tezamen met de penningmeester.
7. Het bestuur is verplicht om de vereniging alsmede elke wijziging te doen inschrijven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken in het ressort waar de vereniging zetel heeft. 
 
Artikel 12, rekening en verantwoording
1. Het bestuur is verplicht tot het houden van zodanige aantekeningen omtrent de vermogenstoestand van de vereniging dat daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. Het bestuur brengt op de algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar – behoudens verlenging van deze termijn  door de algemene vergadering – een jaarverslag uit  over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid en legt een balans en een staat van baten en lasten met toelichting ter goedkeuring aan  de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door voorzitter, secretaris en penningmeester; ontbreekt een handtekening van een van hen dan wordt hiervan onder opgave van redenen melding gemaakt.
3. Jaarlijks zullen door een onafhankelijke deskundige danwel een onafhankelijke deskundige instantie de jaarstukken worden gecontroleerd en wordt veerslag uitgebracht aan het bestuur van de vereniging. Het bestuur legt deze stukken met de verklaring van de deskundige danwel deskundige instantie ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering. De algemene vergadering verleent bij goedkeuring van de jaarstukken automatisch decharge over het gevoerde financiële beleid.
4. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in het tweede en derde lid, tien jaar lang te bewaren.  
 
Artikel 13, geldmiddelen en contributie
1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:
a. contributies van de leden ;
b. ontvangsten uit wedstrijden en entreegelden ;
c. subsidies, giften en andere inkomsten.
2. De leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van een contributie, die door de algemene vergadering van tijd tot tijd zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld, die een verschillende bijdrage betalen.
3. Ereleden zijn vrijgesteld van het betalen van contributie. 
 
Artikel 14, algemene vergaderingen
1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden tot, die niet in door de wet of  de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
2. Jaarlijks wordt uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar een algemene vergadering gehouden, jaarvergadering genoemd.
3. De agenda van de jaarvergadering bevat, in willlekeurige volgorde, onder meer:
a. vaststelling van de notulen van de vorige algemene vergadering ;
b. uiteenzetting van de voorzitter over het gevoerde en te voeren bestuursbeleid ;
c. verslag van de secretaris over de toestand en de werkzaamheden van de vereniging in het afgelopen verenigingsjaar ;
d. verslag van de penningmeester omtrent het gevoerde financieel beheer ;
e. verslag van een onafhankelijke deskundige danwel een onafhankelijke deskundige instantie die de jaarstukken controleert ;
f. goedkeuring van de rekening en decharge van de penningmeester ;
g. vaststelling van de begroting ;
h. vaststelling contributies ;
i. verkiezing en benoeming van bestuursleden ;
j. rondvraag.
4. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk acht.
5. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, met inachtneming van een termijn van tenminste veertien dagen. De bijeenroeping geschiedt door een mededeling in het clubblad of door middel van een aan alle leden te zenden schriftelijke kennisgeving met gelijktijdige vermelding van de agenda.
6. a. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste vijfentwintig (25) leden, verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek.
b. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notulen.
7. In de oproep voor de algemene vergadering worden tevens de aan de orde te stellen onderwerpen vermeld.
8. Omtrent onderwerpen, welke in de oproeping voor de algemene vergadering niet zijn vermeld, kan door de algemene vergadering geen besluit worden genomen.
9. Tijdens de algemene vergadering worden de notulen van de vorige algemene vergadering vastgesteld en door de voorzitter en secretaris na goedkeuring getekend.
10. Oproepen voor algemene vergaderingen, waarin de verkiezing van een of meer bestuursleden aan de orde zal worden gesteld, dienen, voor iedere vacature afzonderlijk, de namen en woonplaats van degenen, die door het bestuur worden voor verkiezing worden aanbevolen, te vermelden.
11. Naast de aanbeveling door het bestuur kunnen door de leden kandidaten voor verkiezing worden voorgedragen. Een zodanige voordracht moet, door tenminste tien leden ondertekend, voor de betreffende vergadering, bij het bestuur worden ingediend.
12. De namen van kandidaten, die ingevolge dit artikel door de leden worden voorgedragen, worden in de algemene vergadering bekend gemaakt.
13. Indien voor het bestuur voor een vacature danwel ter aanvulling van het bestuur slechts een kandidaat is aanbevolen en door de leden geen voordracht tot verkiezing van een andere kandidaat op de wijze als in lid 7 bepaald, bij het bestuur is ingediend, is door het bestuur aanbevolen kandidaat zonder nadere stemming verkozen.
14. Indien tot een stemming over personen moet worden overgegaan, treden in de algemene vergadering twee door de voorzitter aan te wijzen personen als stemopnemers op.
15. Bij twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de voorzitter.
16. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.
 
Artikel 15, Toegang en besluitvorming van de algemene vergadering
1. De algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter van het bestuur of door zijn plaatsvervanger. Zijn de voorzitter of zijn plaatsvervanger verhinderd, dan treedt een ander door het bestuur aan te wijzen bestuurslid als voorzitter op.
2. a. Ieder lid heeft toegang tot de algemene vergadering.
b. Leden, waaronder ook bestuursleden, die geschorst zijn, hebben geen toegang tot de algemene vergadering, tenzij zij bij de algemene vergadering beroep hebben ingesteld naar aanleiding van een opgelegde straf in welk geval zij bevoegd zijn alleen de behandeling van hun beroep bij te wonen.
c. Op uitdrukkelijk verzoek van het bestuur kan zij zich op de algemene vergadering laten bijstaan door een adviseur of extern deskundige.
3. De stemgerechtigheid in de algemene ledenvergadering is als volgt:
a. ieder lid van zes tot twaalf jaar heeft een stem ;
b. ieder lid van twaalf tot achttien jaar heeft twee stemmen ;
c. ieder lid vanaf achttien jaar heeft drie stemmen.
4. Stemming over zaken geschiedt mondeling. Over personen wordt schriftelijk gestemd. Afwijking hiervan alsmede het aannemen van voorstellen bij acclamatie is mogelijk, mits dit geschiedt op voorstel van de voorzitter en indien de vergadering hierover beslist bij meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
5. Over alle voorstellen betreffende zaken wordt, voor zover de statuten niet  anders bepalen, beslist bij meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Bij het  staken van de stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
6. Bij stemming over personen is degenene benoemd, die de meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien niemand die meerderheid heeft gekregen, wordt een tweede stemming gehouden tussen de personen, die de meeste geldige stemmen op zich hebben verenigd. Bij herstemming beslist het grootste stemmenaantal. Indien bij die tweede stemming de stemmen staken beslist het lot.
7. Ongeldige stemmen zijn stemmen die blanco of op enigerlei wijze ondertekend zijn, danwel iets anders aanduiden dan in stemming is gebracht of andere namen bevatten dan van de personen over wie wordt gestemd.
 
Artikel 16, statutenwijziging
1. De statuten kunnen slechts worden gewijzigd door een besluit van de algemene vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijzigingen van de statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering moet tenminste veertien dagen bedragen.
2. Zij, die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste veertien dagen voor de vergadering een afschrift van het voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.
3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen.
4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Ieder bestuurslid is dan tot doen verlijden van de akte  bevoegd. 
 
Artikel 17, ontbinding en verefffening
1. Bij de oproeping van de in dit artikel bedoelde vergadering moet worden medegedeeld, dat ter vergadering zal worden voorgesteld de vereniging te ontbinden. De termijn voor oproeping tot zodanige vergadering moet tenminste veertien dagen bedragen.
2. De vereniging wordt ontbonden door een daartoe strekkend besluit van de algemene vergadering, genomen met tenminste twee/derde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen in een vergaderring waarin tenminste drie/vierde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
3. Indien het vereiste aantal leden niet ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is, kan op een volgende te houden algemene vergadering alsnog, ongeacht het op deze vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden, met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen tot ontbinding worden besloten.
4. Tenzij de algemene vergadering anders besluit treden de bestuursleden na het besluit tot ontbinding van de vereniging op als vereffenaars.
5. a. Bij een besluit tot ontbinding wordt door de algemene vergadering de bestemming van een eventueel batig saldo bepaald.
b. Een eventueel batig saldo zal niet vervallen aan degenen die ten tijde van het ontbinding lid van de vereniging waren.
6. De slotafrekening behoeft de goedkeuring van de KNVB.
7. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en reglementen voor zover mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen, die van de vereniging uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.
8. De vereniging houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen hiervan opgaaf aan de Registers waar de vereniging is ingeschreven.
9. De boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging moeten door de bewaarder(s) worden bewaard gedurende tien jaren na afloop van de vereffening
 
Artikel 18, reglementen
1. De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen.
2. Wijzigingen van het huishoudelijk reglement kan geschieden bij besluit van de algemene vergadering.
3. De statuten en reglementen van de vereniging mogen niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevatten.
 
Artikel 19, slotbepaling
1. In alle gevallen waarin de wet, de statuten of reglementen niet voorzien, beslist het bestuur.
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *